De regelgeving

Verplichting tot aanwijzing: waarom is de regelgeving veranderd?

De introductie van de nieuwe regelgeving heeft ten doel de verantwoordelijkheid te leggen bij de werkgevers en de bestuurders van voertuigen die aan een rechtspersoon toebehoren.

Sinds de introductie van het automatische controlesysteem in het begin van de jaren 2000, gebeurde het vaak dat de bestuurders die een overtreding begingen in het voertuig van een rechtspersoon, ontsnapten aan de aftrek van de punten op het rijbewijs. Het kwam zelfs voor dat de rechtspersoon de bekeuring betaalde in plaats van de overtreder. Dit proces neemt de verantwoordelijkheid van de overtreder weg maar ook van de organisatie waarvoor de overtreder werkt. Het brengt het leven van werknemers en andere weggebruikers in gevaar en moedigt het naleven van de verkeersregels niet aan.

Er is daarom besloten een sanctie te introduceren die samengaat met de verplichting de identiteit van de bestuurder aan te geven. Deze sanctie dient te voorkomen dat de bestuurder de ontvanger is van het waarschuwingssignaal wat puntenaftrek inhoudt. Opgemerkt moet worden dat verkeersongevallen de belangrijkste oorzaak is van sterfgevallen op de werkplek. In 2015 zijn 483 mensen omgekomen tijdens een rit voor hun werk en 4520 mensen zijn in het ziekenhuis opgenomen na een ongeval op weg naar huis/hun werk of tijdens een rit voor hun werk.

Sinds 1 januari 2017 voorziet artikel L121-6 van het Verkeersreglement daarom dat een verkeersovertreding begaan met een voertuig waarvan het kentekenbewijs op naam van een rechtspersoon staat of eigendom is van een rechtspersoon, de wettelijke vertegenwoordiger van deze rechtspersoon de fysieke persoon moet aanwijzen die het voertuig bestuurde op het moment van de verkeersovertreding. Hij heeft 45 dagen om deze persoon aan te geven bij de ambtenaar van het openbaar ministerie.

De overtredingen die onder de verplichting tot aanwijzing vallen

De overtredingen die onder deze verplichting vallen, zijn de overtredingen die in artikel L.139-9 van het Verkeersreglement voorzien zijn. Het gaat om overtredingen die “door of met goedgekeurde automatische controle-apparatuur” geconstateerd zijn en betrekking hebben op:

  • het dragen van de veiligheidsgordel;
  • het handmatig gebruik van een telefoon;
  • het gebruik van stroken en wegen die gereserveerd zijn voor bepaalde voertuigcategoriën;
  • het rijden op de vluchtstrook;
  • het respecteren van veiligheidsafstanden;
  • het overschrijden of rijden op een doorlopende lijn;
  • borden of signalen die stoppen van voertuigen aangeven;
  • de maximaal toegestane snelheden;
  • inhalen;
  • het gebruik van de ruimte tussen twee stopstrepen en een verkeerslicht, gereserveerd voor fietsen en bromfietsen;
  • het dragen van helmen voor gebruikers van tweewielers.

Het bedrag van de bekeuring

Als de wettelijke vertegenwoordiger de overtreder niet aanwijst, riskeert de rechtspersoon een vaste boete van 675 euro. Het kantongerecht kan besluiten de boete te verhogen tot 3750 euro en tevens beslissen de wettelijke vertegenwoordiger te straffen met een boete die maximaal 750 euro bedraagt.

Deze boetes komen bovenop de oorspronkelijke boete voor de overtreding en de wettelijke vertegenwoordiger dient deze met eigen middelen (artikelen L121-2 en L121-3 van de wegenverkeerswet) te betalen indien hij de overtreder niet aanwijst.

Speciale gevallen: persoon wijst zichzelf aan, diefstal, misbruik van identiteit…

Indien de wettelijke vertegenwoordiger zelf de persoon is die de verkeersovertreding heeft begaan, dan dient hij zichzelf aan te wijzen. Indien hij dit niet doet, kunnen er geen punten van zijn rijbewijs afgetrokken worden en de rechtspersoon waar hij wettelijke vertegenwoordiger van is zal dan een bekeuring voor niet-aanwijzen van de overtreder ontvangen. Als de wettelijke vertegenwoordiger een overtreding heeft begaan, dan is hij dus verplicht zijn naam, geboortedatum en rijbewijsnummer door te geven, net zoals voor alle andere bestuurders.

Indien het voertuig, waarmee de overtreding begaan is, op het moment van de overtreding gestolen was, het kenteken misbruikt is of een geval van overmacht zich voorgedaan heeft, dan dient de wettelijke vertegenwoordiger aan wie de bekeuring gestuurd is binnen 45 dagen de elementen die de diefstal, misbruik of andere omstandigheden van overmacht bewijzen, overmaken aan de ambtenaar van het openbaar ministerie.

Klik hier voor meer informatie over de praktische modaliteiten van de aanwijzing.